Een onverschrokken sneltekenaar

De jonge Franse striptekenaar Bastien Vivès (1984) heeft in korte tijd furore gemaakt en staat nu al bekend als een van de grote nieuwe beloftes van de Franse strip. Die furore begon hij bij KSTR, het jonge, experimentele label van de Belgische uitgeverij Casterman. Dat maakt de drempel laag om zijn werk ook in het Nederlands uit te brengen en dat heeft KSTR de laatste tijd in hoog tempo gedaan. Het gaat hier om een serie zogeheten ‘one shots’, losse verhalen met steeds verschillende personages en uitgangspunten. En verschillende tekenstijlen. Vivès staat bekend als een tekenaar die vooral populair is bij vrouwen, en dat heeft alles te maken met zijn introverte manier van vertellen, maar ook met de levensechte manier waarop hij vrouwen uitbeeldt. In deze serie boeken draait alles om vrouwen, als het niet is als hoofdpersoon, dan wel als belangrijkste onderwerp. En dat Vivès een deel van zijn opleiding heeft gevolgd in een school voor animatie, is duidelijk zichtbaar in zijn filmische, impliciete vertelstijl. Een verwijt dat men hem zou kunnen maken, is wellicht dat zijn strips wat al te veel voortkabbelen. Maar hij weet levensechte verhalen af te leveren.

 

Meisje(s)

Vivès’ eerste album bij KSTR in 2007 was Elle(s), dat zojuist is verschenen als Meisje(s). Dit album, dat draait om de meisjes Charlotte en Alice en hun bijzondere relatie met de oudere jongen Renaud die ze op straat meermaals tegenkomen. Dit album bevat al de meeste kenmerken van zijn latere albums: een soepele vertelstijl zonder al te veel uitleg en een voortdurend spanningsveld tussen meisjes en jongens. Charlotte en Alice zijn twee meisjes in de bloei van hun leven die volop genieten van hun aantrekkelijkheid voor seksuele avontuurtjes. In hun snelle, oppervlakkige wereld valt de stille, wereldschuwe Renaud volledig uit de toon, maar zijn zwijgzame gevoeligheid is tegelijkertijd intrigerend en aantrekkelijk. Uiteindelijk bereikt Renaud zijn oogappel Charlotte wel, maar Vivès past voor een gemakkelijke romance en het einde van het verhaal is eigenlijk net zo open als het begin.

 

Bastien Vivès: Meisje(s). Uitgeverij Casterman, ISBN 978 90 303 6538 9. Oorspronkelijke titel: Elle(s), Casterman. ***

 

De smaak van chloor

Waar Vivès in Meisje(s) grafisch nog duidelijk alles uit de kast haalt, is zijn opvolger De smaak van chloor uit 2008 behoorlijk minimalistisch. Het verhaal is opgetekend in zo weinig mogelijk lijnen, met een beperkt kleurenpalet en een zo mogelijk nog beperkter verhaal. Maar ook hier herkennen we de onbereikbaarheid van de liefde. De naamloze hoofdpersoon moet van de fysiotherapeut gaan zwemmen en raakt in het zwembad gecharmeerd van een mooi meisje, met wie hij uiteindelijk contact maakt en die hem beter leert zwemmen. Ze delen hun liefde voor het zwemmen, maar verder lijkt ze niet beschikbaar. Hij weet bijna niets van haar, zoals de lezer ook nauwelijks iets van hem weet. Op een dag komt ze niet meer, al blijft het voor hem om haar draaien tot het moment waarop ook hij voor ons uit het beeld verdwijnt. Deze strip is gedurfd vanwege zijn onderhuidse verhaal van hooguit gesuggereerde emoties, maar het leverde Vivès in Angoulême de prijs op voor de grootste onthulling. Dat hielp hem natuurlijk goed in het zadel in de stripwereld.

 

Bastien Vivès: De smaak van chloor. Uitgeverij Casterman, ISBN 978 90 303 6315 6. Oorspronkelijke titel: Le goût du chlore, Casterman. ***

 

In mijn ogen

In de opvolger In mijn ogen (2009) gooit hij dan weer alles over een heel andere boeg. Vivès ruilt de computerinkleuring in voor kleurpotloden, die aan zijn tekeningen levendiger maken. Dit keer verdwijnt de hoofdpersoon zelfs helemaal uit beeld: het meisje dat hij ontmoet in de bibliotheek is alles wat we zien - door zijn ogen, waardoor de lezer letterlijk in de huid van de verteller kruipt. We horen ook nergens wat hij zegt, alsof we een telefoongesprek van één kant volgen. Op een paar minder gelukkige momenten na lukt het Vivès wel om het verhaal begrijpelijk te houden, maar het moet gezegd dat het trucje op den duur wat vermoeiend wordt. Qua thematiek doet Vivès eigenlijk weer hetzelfde; ook hier krijgt de liefde uiteindelijk geen vervulling, al voelt dat in dit geval het meest gekunsteld aan.

 

Bastien Vivès: In mijn ogen. Uitgeverij Casterman, ISBN 978 90 303 6384 2. Oorspronkelijke titel: Dans mes yeux, Casterman. **

 

Innige vriendschap

Hetzelfde jaar nog publiceerde Innige vriendschap. Dit boek is in zekere zin een combinatie van Meisje(s) en De smaak van chloor. Dat laatste album herkennen we vooral in de opzettelijk vage kleuren van de flashbacks in het verhaal, terwijl we de eersteling vooral herkennen in de twee hoofdpersonen. En ook hier hebben we de explicietere seks van Meisje(s), zij het met nog een tandje erbij. Francesca en Bruno zijn klasgenoten in een niet nader benoemde Italiaanse stad. Zij is weer het fladderige mooie meisje dat volop geniet van haar charmes en hij weer de wat sukkelige nerd, die wel fungeert als ‘grote broer’ en eigenlijk als enige constante factor te midden van al die mannelijkere en verleidelijkere mannen. Maar als Bruno tegen alle verwachtingen in zelf een vriendin krijgt, draaien de rollen om en wordt hij ineens een stuk aantrekkelijker voor Francesca… En dit keer doet Vivès iets meer moeite om de touwtjes aan elkaar te knopen.

 

Bastien Vivès: Innige vriendschap. Uitgeverij Casterman, ISBN 978 90 303 6438 2. Oorspronkelijke titel: Amitiétroite, Casterman. **

 

Polina

Op basis van deze boeken bij KSTR liep Vivès een serieus risico om te vervallen in gelijksoortige kunstzinnig-romantische verhalen, hoezeer hij ze ook verpakte in steeds een andere vorm. Zijn laatste (en bij ons dus voorlaatste album) Polina (2010) is daarom een verademing: de amoureuze strubbelingen zijn volledig naar de achtergrond verdwenen in dit verhaal over de ballerina Polina, die hoopvol begint aan de academie van de norse autoriteit Nikita Bojinski. Dat het balletleven geen pretje is, hebben we vorig jaar ook kunnen zien in de film Black Swan, maar zo luguber als die film maakt Vivès het niet. In een sobere penseelstijl die meer dan ooit doet denken aan Edmond Baudoin, is het meer dan ooit een prestatie dat het verhaal te volgen is. In zijn minimalisme laat Vivès soms zelfs hele gezichten weg en als enige steunkleur gebruikt hij egaal grijs. De hoofdrolspeelster is steevast herkenbaar aan een schaduw op haar neus. In een verhaal dat langer is dan tot nu toe volgen we Polina in haar langzame groei als ballerina, maar vooral ook in de moeilijke keuzes die haar verder helpen. Het verhaal geeft een sober en realistisch beeld van de beeldwereld en de kunstwereld in het algemeen en ook al verwezenlijkt Polina haar droom, een eenvoudig succesverhaal is het boek niet. Het is vooral duidelijk dat alles ook heel anders had kunnen lopen en uiteraard verlaten we de danseres weer even plotseling als we haar leven binnenvielen.

 

Bastien Vivès: Polina. Uitgeverij Casterman, ISBN 978 90 303 6461 0. Oorspronkelijke titel: Polina, Casterman. ***

 

Met Bastien Vivès heeft de Franse strip niet alleen een nieuwe sneltekenaar binnengehaald, maar bovendien een die onverschrokken genoeg is om het experiment niet te vrezen. Het laatste nieuws is dat hij zich gaat wijden aan een manga. Weer heel iets anders dus. Het is overduidelijk dat hij zich niet druk maakt om de verwachtingen van zijn publiek. Hij zal vast nog wel eens onderuit gaan, maar dan gaat hij gewoon weer door naar het volgende project. En zijn boeken hebben een redelijk succes bij de echte stripliefhebber in ons taalgebied, dus hoogstwaarschijnlijk zal zijn parcours ook grotendeels hier te volgen zijn. 

 

Glad IJs

(Dit artikel is aan aanvulling op het stuk Umour et Bandessinées van Sander Out in En Route 126)

 

Fluide glacial is in Frankrijk een instituut en neemt een vaste plek in te midden van de andere satirische tijdschriften: minder bijtend en pikant dan L’Echo des Savannes en minder politiek dan Charlie Hebdo. Vertalingen voor het Nederlands taalgebied waren echter zeldzaam: de humor werd gezien als oer-Frans. Thierry Tinlot, die tot voor kort hoofdredacteur was van de Fluide, bracht daar verandering in door samen te werken met Casterman. Het resultaat is de serie Glad IJs, een greep uit de rijke Fluide-bibliotheek speciaal voor ons taalgebied. Het is helaas onzeker of deze greep een vervolg zal krijgen. Onderstaand in elk geval een selectie uit het aanbod.

 

Interbellum

In En Route 123 hadden we het al over het charmante De kleine Christiaan van Blutch. Maar Blotch is eigenlijk nog leuker. In de Fluide is er altijd een grote rol weggelegd voor plaagstootjes van de tekenaars onderling. Dit heeft Blutch in deze serie korte verhalen tot kunst verheven. De strip gaat over de Fluide, maar Blutch verplaatst de handeling naar het interbellum, ten tijde van het Front Populaire van Léon Blum. De hoofdpersoon Blotch is uiteraard zijn alter ego, net zoals in zijn collega’s andere tekenaars te herkennen zijn, met als hoogtepunt de stichter Mijnheer Marcel, die wordt neergezet als een autoritaire baron. Het hele stripblad wordt neergezet als een elitair herenclubje, waarin Blotch zelf de meest onuitstaanbare rechtse rakker is. Hij is eigenlijk schilder, maar verdient de kost met zijn cartoons en wordt niet gehinderd door enige bescheidenheid, net zoals oprechtheid en vriendelijkheid hem vreemd zijn. Blotch is in voortdurende worsteling met zijn onmetelijke pretenties en zijn afgunst jegens succesvolle collega’s. Deze hilarische strip behoort tot het beste dat Fluide te bieden heeft. Deze vertaling is dus een goede zaak, al is men wel doorgeschoten in de ‘vervlaamsing’ van de strip. Met referenties naar stripmakers als Willy Vandersteen en Marc Sleen wordt de strip wellicht iets herkenbaarder voor lezers in de Lage Landen, maar verdwijnt wel een deel van Blutch’ fijnzinnige satire. Wie alle subtiliteiten wil begrijpen, blijft aangewezen op de Franse editie, die overigens is verschenen in een prachtige verzameleditie, aangevuld met lovende citaten van ‘tijdgenoten’ als André Gide, Paul Valéry en Sacha Guitry.

 

Blutch: Blotch 1. De koning van Parijs & 2. Op glad ijs. ISBN 978 90 303 6326 2/0, Casterman, € 9,80 per deel.  ****

 

De duistere zijde van een grappenmaker

De grootste grappenmakers zijn meestal de grootste zwartkijkers. Zo ook Franquin, die niet alleen dodelijk onzeker was, maar ook opvallend zwartgallig. Die duistere zijde kon hij binnen de Fluide de vrije loop laten, overigens bij tijden bijgestaan door andere makers van onschuldige kinderstrips. Zijn Idées noires, in het Nederlands bekend als Zwartkijken, zijn een regelrechte klassieker, die een rotsvaste plaats inneemt in Franquins oeuvre. In zijn letterlijk duistere grappen van meestal een pagina spuit hij al zijn gal, met name tegen jagers, militairen, zakenlui, politici en andere potentaten. Fijnzinnig zijn de grappen meestal niet, maar getekend in de ongekend virtuoze tekenstijl waarmee Franquin met recht legendarisch is geworden en die hier nog iets extra diepte krijgt. En deze maestro heeft recht op een echt citaat van Guitry… De strips waren al vaker uitgegeven, maar dit is niettemin de grote ‘bestseller’ in de Glad IJs-collectie.

 

André Franquin: Zwartkijken integraal. ISBN 978 90 303 6207 4, Casterman, € 12,00.  ****

 

Boboland

De context van de Fluide geeft ook aan Dupuy et Berberian de kans om iets verder te gaan in het absurde dan in hun andere werk, al blijven ze trouw aan hun voornaamste bezigheid: welwillende parodie op het leven van de moderne Parijzenaars. Deze komen in de Boboland-serie vooral uit de buurt van het hippe Canal Saint-Martin en leven het leven als vele stedelingen. De trendy lichtgewichten maken zich zorgen om duurzaamheid, design en trends en blijven in die vaart der volkeren meegaan als ze met buggy’s door de straten zeulen. De makers van de strip doorprikken op kostelijke wijze de oppervlakkigheid van deze stijlbewuste dertigers, met hun ecologische insteek die niet veel voorstelt en hun slechts zeer beperkte interesse in anderen. Soms worden de observaties schrijnend, maar ze blijven hooguit bitterzoet, gevat in hun immer zwierige tekenstijl. In het tweede deel van de serie vliegen de makers wel uit de bocht als ze ook het cynisme van de politiek en de zakenwereld willen aanpakken, maar al met al geeft de serie hen een leuke kans om net even iets scherper te opereren dan ze anders doen.

 

Dupuy et Berberian: Welkom in Boboland & Global Boboland. ISBN 978 90 303 6206 7/6382 8, Casterman, € 12,00 per deel.  ***

 

Dodelijke grappen

François Boucq is niet alleen een van de beste tekenaars die de Franstalige strip rijk is, maar ook een grootmeester in het absurdisme. Vanaf de jaren negentig maakt hij korte strips over de Dood - geen schimmig figuur, maar een vrolijke stuntelaar bijgestaan door een al even monter varken met hoge hakken. De morbide grappen zijn in deze serie natuurlijk niet van de lucht, maar Boucq weet van Magere Hein een ontwapende figuur te maken die het ook niet altijd gemakkelijk heeft. Aanvankelijk gestart in zwart wit, zijn de laatste twee delen in kleur, in de stemmige tinten die we van Boucq kennen. Toegegeven, de avonturen van de Dood en Lao Tsé zijn niet van het niveau van zijn vroegere boeken met ontregelend absurdisme, maar naast het serieuze werk zoals Bouncer (zie En Route 123), is het weer vertrouwd idioot.

 

François Boucq: De avonturen van Magere Hein en Lao-Tse, deel 1-4. ISBN 978 90 303 / 9030380977 / 9030380152 /6262 3/6381 3, Casterman, € 9,80 per deel.  ***

 

Lofzang van de loser

In de Fluide draait het veelvuldig om de loser, maar weinigen die ze met zoveel verve en mededogen neerzet als Didier Tronchet. Deze tekenaar kenmerkt zich door een slordige tekenstijl, die in werkelijkheid een stuk doortimmerder in elkaar zit dan de nonchalante plaatjes doen vermoeden. Zijn faam verkreeg hij vooral met de serie rond de dromerige schlemiel met de opzettelijk lullige naam Jean-Claude Tergal, die om onverklaarbare reden in de Nederlandstalige versie Paul Jester heet. Tronchet krijgt in de loop van de serie wat meer mededogen met de stuntelende Tergal, maar de serie is niet altijd subtiel.

         Gelukkig heeft Casterman onder eigen naam ook enkele van zijn meesterwerken uitgebracht. Allereerst het tweeluik Hoeraland (Houpeland), dat verhaalt over een totalitaire maatschappij waarin het van staatswege elke dag kerstmis is. De strip ademt de sfeer van Terry Gilliams beroemde film Brazil, en Tronchet weet de strip even schrijnend als komisch te maken. Ronduit aangrijpend is verder de strip Ginds (Là-bas), gebaseerd op de persoonlijke herinneringen van schrijfster Anne Sibran. Ze vertelt hier over haar vader die geboren en getogen is in Algerije, maar het land hals over kop moet verlaten na de onafhankelijkheid. Maar als zovelen kan hij niet aarden in het Frankrijk dat nooit zijn vaderland is geweest of zal worden. Waar Tronchet altijd al een voorliefde heeft voor tragikomedie, zorgt hij hier voor een brok in de keel.

 

Tronchet: Paul Jester 1 Ontbloot de mysteries van het genot & 2 Het familieportret. ISBN 978 9 03036 204 3/325 5, Casterman, € 9,80 per deel ***

 

Hoeraland 1 & 2, ISBN: 978 9 03141 970 8/ 03142 091 9, € 13,50 per deel ***

 

Tronchet & Sibran, Ginds, 9789031425556, € 14,50. ****

Door: Karin de Koning

1 juli 2010

 

Prikkelende literatuur

Eindelijk is het er, het derde deel van Bart van Loo‘s trilogie over zijn reis door de Franse literatuur. Na Als kok in Frankrijk en Parijs retour is O vermiljoenen spleet! weer een voltreffer. Met vederlichte pen gidst Van Loo de lezer door de erotische geschriften van Franse auteurs vanaf de middeleeuwen tot nu. De titel heeft hij ontleend aan een sonnet van Pierre de Ronsard uit 1553, een uitbundig loflied op het vrouwelijk geslacht, dat je niet in de schoolboekjes zult aantreffen.

Reizend door de eeuwen beschrijft Van Loo steeds eerst de heersende moraal van een bepaalde periode - was men toen preuts of werd een bepaalde mate van libertijns taalgebruik geaccepteerd? -, waarna hij de officiële literatuur bespreekt en de wijze waarop de succesauteurs met die heersende moraal omgingen, om vervolgens in te gaan op de pornografische geschriften uit de betreffende periode en de houding van de autoriteiten daartegenover.

Van Loo heeft met een dergelijke reis heel wat hooi op zijn vork genomen. Het gevaar dreigde dat met een zo hoog gelegde lat het boek zou kunnen verworden tot een weliswaar wulpse maar toch dorre opsomming van namen en titels. Van Loo heeft zich echter prima tegen dit gevaar geweerd. Het boek is bijzonder prettig om te lezen en juist het feit dat de schrijver steeds een algemeen inzicht in de seksuele moraal van een periode geeft, voordat hij voorbeelden van geschriften bespreekt, geeft het boek de diepgang die een dergelijk onderwerp verdient. Van de Roman de la rose via Rabelais en Ronsard, langs de erotische teksten van de 17de eeuw, langs Sade en de seksueel getinte politieke pamfletten van vóór en tijdens de Franse Revolutie, dwars door de preutse 19de eeuw met de schandalen rond Madame Bovary en Les Fleurs du mal, belandt Van Loo in onze eigen tijd van vrijheid blijheid met Houellebecq en Millet. Hoe zal het verder gaan? Van Loo is van mening dat het erotische boek in de toekomst geen rol van betekenis meer zal spelen. ‘Die taak is weggelegd voor de beeldcultuur in het algemeen en internet in het bijzonder.‘ (p. 254). De Hel (L‘Enfer) van de Bibliothèque Nationale, waar alle verboden boeken terechtkwamen, is nu voor iedereen toegankelijk, tenminste, als je de bureaucratische en veiligheidsregels in acht neemt.

Een heel bijzonder boek, dat op geen enkel nachtkastje mag ontbreken. (KdK)

 

Bart Van Loo: O vermiljoenen spleet! Uitgeverij Meulenhoff/Manteau, ISBN 978 90 8542 109 2, € 19,95

 

Door: Karin de Koning
10 mei 2010


Zwak kind

Uitgeverij J.M. Meulenhoff is begonnen aan een groot project: de vertaling van de monumentale romanreeks Les Thibault, die Nobelprijswinnaar Roger Martin du Gard publiceerde tussen 1922 en 1940. Het eerste deel van de reeks zal dit najaar verschijnen.

Als voorproefje mochten we al genieten van de indrukwekkende Luitenant-kolonel de Maumort (zie En Route 117). En nu, om onze eetlust verder op te wekken, is ook Afrikaans geheim verschenen. Een parel van een novelle uit 1930 over een broer en een zus die samen opgroeien in een Noord-Afrikaanse stad. Ze krijgen - min of meer als vanzelf - een liefdesverhouding, waaruit een kind wordt geboren. Een ziekelijk kind, genaamd Michele.

Het verhaal is prachtig verteld, in zeer precieze bewoordingen. Niets is te veel, niets is overbodig. Daarin evenaart het de korte verhalen van meesterverteller Anton Tsjechov. De vertaling van Anneke Alderlieste loopt als een trein. Reden om ons te verheugen op de komst van De Thibaults. (KdK)

Roger Martin du Gard: Afrikaans geheim. Vertaling Anneke Alderlieste. Uitgeverij J.M. Meulenhoff, ISBN 978 9029085397, € 10,-.
Oorspronkelijke titel: Confidence Africaine, éd. Gallimard

––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––

Door: Joost Hontelez
13 januari 2010


Literaire wraak

Een gevierd en tegelijkertijd verguisd schrijver en een even zo controversiële filosoof besloten vorig jaar een briefwisseling met elkaar aan te gaan. Een half jaar lang schreven Michel Houellebecq en Bernard-Henri Lévy elkaar brieven rond het thema schrijven. Ze zijn elkaars generatiegenoten, maar verschillen in maatschappelijke betrokkenheid. Daar waar Lévy op grond van zijn ervaringen in ontwikkelings- en oorlogslanden solidariteit tussen volkeren predikt, houdt Houellebecq zich vooral bezig met het individu en diens plaats in de wereld.

Je zou dus een interessante polemiek tussen de heren kunnen verwachten, maar van felle discussies is niet echt sprake. Beide schrijvers zijn erg aardig voor elkaar. Houellebecq doet nog wel een poging om Lévy aan te vallen op diens vermeende Joodse geloof, maar hij wordt met zoveel wellevendheid geriposteerd, dat ook dat in de kiem wordt gesmoord. (JH)

Michel Houellebecq en Bernard-Henri Lévy: Publieke vijanden. Vert. Martin de Haan en Rokus Hofstede. Uitgeverij De Geus en Arbeiderspers, ISBN 978 90 295 7153 1, € 22,50. Oorspronkelijke titel: Ennemis publics, éd. Flammarion/Grasset & Fasquelle

Voor een uitgebreid overzicht van recent verschenen Franse literatuur: lees de boekenbijlage van En Route.

––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––