Door: Michel Lafaille


Tot 11 juli! Caillebotte in Parijs

Dans l‘intimité des frères

 

Op de Boulevard Haussmann staat een rij. Een dubbele rij. Mensen die wachten. Gelaten, geduldig, begripsvol. Ze staan voor een groot huis waar ze naar binnen willen. Op nummer 158. Het huis Jacquemart-André. Het is een museum. Ook ik wil naar binnen, maar gelukkig heb ik een afspraak en hoef niet in de rij, achteraan aansluitend, wachtend in de schaduw van de plataanbomen, met al die andere mensen. Toch kijk ik even jaloers achterom, hier en daar staan mensen, wildvreemden, met elkaar te praten, overleggen. Ze zijn namelijk eensgezind, ze komen allemaal voor hetzelfde. Misschien ook voor het museum, het huis zelf, het authentiek bewaard gebleven huis van de burgerij waar vroeger salon werd gegeven. Binnen zijn nog de kamers te vinden zoals ze toen geweest moeten zijn. Maar de meeste bezoekers zullen komen voor de tentoonstelling die nu loopt, over de gebroeders Caillebotte, waarvan Gustave de bekendste is. Juist, de schilder, de man van de krabbende parketschoonmakers, van de regenachtige straat in Parijs, van de passanten op de brug van spoorlijn. Zijn broer, Martinal, is minder bekend, al was hij fotograaf en maakte hij dus ook veel werk. Nu zijn werken van hun beiden, schilderijen en foto’s voor het eerst bij elkaar gebracht in een intieme tentoonstelling genaamd ‘Dans l’intimité des frères’.

Als u houdt van een intellectueel hoog niveau, van kleine gebaren die men zelf moet opzoeken, van minimale presentatie die uitgaat van de kracht van het werk zelf, dan moet u naar deze expositie. Klein, misschien iets te klein -  ik ben het nog steeds niet eens met mezelf – maar van een geweldige inspiratie. Over de tijd, over het Parijs van toen, het geloof in de toekomst, de intimiteit tussen de broers die elkaar stimuleerden en beïnvloeden. Heel even, de duur van het bezoek, speelt men mee in de tuin, zit naast mama of naast Madame Renoir, tuiniert men met papa.

Het is een heerlijke expositie naast al die megatentoonstellingen die groot, groter, groots willen zijn en waar Parijs vol van is. Niet de allerbekendste werken, neen, dat zeker niet, maar misschien daarom juist zo smaakvol en indringend. Naast de olieverfschilderijen hangen de afdrukken van broer Martinal en zo is te zien hoe zij elkaar beïnvloed hebben en experimenteerden met de blikrichtingen en het perspectief.

Best in de ochtenduren voor de kassa staan, want de Parisiennes houden van dit museum. Dat heeft als voordeel dat ze een salon de thé hebben en de taartjes er lekker zijn. Wees niet zuinig voor uzelf en koop de catalogus (49 euro) want u zult er veel lees- en kijkplezier aan beleven.  

Nog tot 11 juli, kijk voor de praktische info op www.musee-jacquemart-andre.com

 

Door: Sander Out

15 februari 2011

 

Wetenschap in het kielzog van het leger

 

Het oudste museum van Nederland herdenkt dit jaar dat het tweehonderd jaar geleden is dat Napoleon Bonaparte er een bezoek bracht. Een sappige anekdote uit die tijd is dat er destijds dusdanig veel toeschouwers waren gekomen dat het te vochtig was om de fameuze elektriseermachine aan de praat te krijgen, als ludieke daad van verzet tegen de bezetter. Ons land is er tegenwoordig nog niet altijd happig op om te onderkennen wat de Franse bezetting ons gebracht heeft, maar voor het Teylers Museum in Haarlem is dit wapenfeit wel een aanleiding voor een tentoonstelling gewijd aan de kleine Keizer. En meer in het bijzonder diens expeditie naar Egypte, want als prettige bijkomstigheid bezit de indrukwekkende bibliotheek van het museum een uitgave van de Description de l’Egypte (1809-1828).

         Keizer was Napoleon tijdens zijn Egyptisch avontuur overigens nog niet. Hij was in 1798 als generaal afgevaardigd om in Egypte orde op zaken te stellen - maar eigenlijk natuurlijk om de Fransen een voet aan de grond te geven richting Midden-Oosten. Die militaire campagne was, ondanks een beroemde overwinning bij Gizeh, tot mislukken gedoemd. De Franse vloot werd (ook toen al) in de pan gehakt door Nelson en op land kwamen de Fransen ook nog klem te zitten tussen de Mamelotten en de Ottomanen. Maar vanuit wetenschappelijk oogpunt was de onderneming wel een succes, zo toont de tentoonstelling. Goed, de archeologische schatten (lees: geroofde buit) moesten worden afgestaan aan de Britten - zoals de beroemde steen van Rosette, waarvan de ontcijfering dankzij Champollion overigens alsnog op het Franse conto kon komen. Maar papier is geduldig en de 165 wetenschappers die Napoleons troepen vergezelden legden alles nauwkeurig vast. Ze waren wat route betreft gebonden aan die van de troepenmacht, maar er was in het destijds betrekkelijk onbekende Egypte genoeg te onderzoeken om geen last te hebben van die beperking. 

         Het resultaat van dit baanbrekende onderzoek was het 23-delige Description de l’Egypte, ou recueil des observations et des recherches qui ont été faites pendant l’expédition de l’armée Française, dat in 1826 de eerste grote aankoop was van de Teylers Bibliotheek. In de expositieruimte liggen een paar delen in een vitrine uitgestald, die een indruk geven van het reusachtige formaat van de boeken en de precisie waarmee ze zijn geïllustreerd. Zo is de precisie waarmee de hiërogliefen zijn nagetekend duizelingwekkend. Maar bladeren kan ook, zij het op een touch screen waarop de bezoeker het encyclopedische werk als een soort e-book kan doornemen. Dit kan overigens op gezette tijden ook onder begeleiding met de echte uitgave, in de Bibliotheek zelf, die overigens een museum op zich is en niet regulier toegankelijk.

Om het geheel te verlevendigen is de zaal aangevuld met antieke voorwerpen uit die tijd: een mummie van een kinderlijkje, opgezette dieren, kledingstukken, sieraden en ook een heus hoofd van een mummie. En natuurlijk gravures en andere afbeeldingen van voor de expeditie, waarop de piramides nog veel te spits waren afgebeeld. De wisselzaal van het Teylers is niet al te groot, dus de tentoonstelling heeft ook een beperkt formaat. Maar ook voor de vaste collectie is dit ‘museum van het museum’ altijd een bezoek waard. Alleen jammer dat de beroemde ovale zaal gesloten is voor renovatie. Daar zult u dan eens voor moeten terugkomen.

 

Egypte & Napoleon, Oorlog en onderzoek, t/m 8 mei 2011. Teylers Museum, Spaarne 16, 2011 CH Haarlem, T 023-5160960, www.teylersmuseum.nl. Openingstijden: dinsdag t/m zaterdag 10 - 17 uur, zon- en feestdagen 12 - 17 uur.

 

 

Door: Michel Lafaille

13 oktober 2010

Beelden van een Metropool Parijs in Essen In kader van RUHR Europese hoofdstad 2010, is in museum Folkwang afgelopen zaterdag 2 oktober een tentoonstelling geopend met de titel Bilder einer Metropole, die Impressionisten in Paris. Het gebeurt niet gauw dat én President Sarkozy én Bondskanselier Merkel zich samen als beschermers opstellen voor een expositie. Het gebeurt ook niet gauw dat een van de belangrijkste Duitse musea voor Moderne Kunst (Folkwang te Essen) én het belangrijkste Franse museum voor Impressionistische kunst (Musée d’Orsay te Parijs) samenwerken en ook nog eens in staat zijn vele werken bij andere musea in de wereld te lenen. Het resultaat is een schitterende expositie waarin het effect wordt weergegeven dat de grote stedenbouwkundige veranderingen van de wereldstad Parijs onder leiding van Baron Haussmann en zijn groenarchitect Alphand, hadden op de schilders van het impressionisme die indertijd tezamen in Parijs zaten. Denk aan schilders als Manet en Pissarro, Monet en Renoir en hun belangrijke tijdgenoten als Caillebotte, Luce of Goeneutte. Denk aan Van Gogh en Munch die toen ook in Parijs werkten. Naast de 80 schilderijen zijn er ook nog eens 120 oorspronkelijke fotowerken te zien uit die tijd, onder meer van Gustave le Gray, Edouard Baldus, Charles Marville, Louis-Emile Durandelle, Henri Rivière of Eugène, die een andere blik werpen op de stad in ontwikkeling. Een fascinerende les in schilderkunst en stedenbouw. Alleen al de twee werken die voor het eerst in hun bestaan hun Parijse thuishaven hebben verlaten, zijn de reis waard; te weten Dans in Moulin de la Galette van Renoir (1876) en Parijse straat op een regenachtige dag van Caillebotte (1877). Voor dit laatste werk wordt hier op de foto de directrice van het Musée d’Orsay, mevrouw Françoise Cachin, geïnterviewd door de WDR. De tentoonstelling loopt tot 30 januari 2011. Op 16 oktober start ook nog eens in hetzelfde gebouw de tentoonstelling Stadtbaukultuur in Essen und im Ruhrgebiet 1900–2010. Neem ook de tijd om van de architectuur van het nieuwe gebouw (2010) van architect David Chipperfield te genieten. Kortom, een dag om vingers bij af te likken zou de nieuwe Nederlandse premier zeggen. Alle info en details op www.museum-folkwang.de < http://www.museum-folkwang.de/

 

Door: Andy Arnts

 10 september 2010

 

Op zondag 29 augustus vond in Arras (Noord-Frankrijk) het jaarlijkse Fête de l‘Andouillette plaats: het feest van de ingewandenworst.
Een gerecht waar de meeste Nederlanders hun neus voor ophalen. Maar is een andouillette werkelijk zo onappetijtelijk?
Redacteur Andy Arnts ging er met een filmploeg heen en maakte deze verhelderende reportage:

<http://www.youtube.com/watch?v=VSafZYuvOCs>
http://www.youtube.com/watch?v=30auuPZK79c

____________________________________________________

Door: Lucia Alleman
13 januari 2010

Micmacs à tire-larigot
Regie: Jean-Pierre Jeunet
Met: Dany Boon, André Dussollier en Nicolas Marié
Frankrijk 2009, 105 minuten, vanaf 17 december in de bioscopen

Vorig jaar scoorde Dany Boon ook in Nederland met de burleske komedie Bienvenue chez les Ch’tis. In Les Micmacs speelt hij de hoofdrol, een zwerver, die met zijn trawanten de strijd aanbindt met de wapenhandel. Geen subtiliteiten maar rechtdoorzee moraalridderschap. Regisseur Jeunet (Amélie Poulain) zorgt voor soms betoverende plaatjes.

–––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––